Khalid heeft de toekomst, hij wordt geschiedenis

“Wat iemand in bed doet, dat is tussen hem en God”
26 April 2017
Allochtone studenten aan unief: “Meer initiatieven nodig”
2 May 2017

Khalid heeft de toekomst, hij wordt geschiedenis

Khalid heeft de toekomst, hij wordt geschiedenis’

Khalid Benhaddou was 18 en werd imam, de jongste van België. Tien jaar later is de Gentenaar ook de populairste en nagenoeg invloedrijkste, en niet alleen in eigen land. Si Khalid nam ons mee naar ‘zijn’ jongeren in het Nederlandse Roosendaal, om er samen de ramadan af te sluiten. Daar keerden de rollen om: de bezoeker werd bezocht. ‘Khalid verzoent ons met onszelf’.

In de moskee zitten de vrouwen boven, gescheiden van de mannen. Benhaddou: ‘Wij komen uit een schaamtecultuur, nu leven we in een schuldcultuur. Vandaag moeten vrouwen een nieuw evenwicht vinden, en wij met hen. Zodat ze op de voorgrond kunnen treden zonder aan fatsoenlijkheid in te boeten.’

Alles vertrekt bij het pleintje. De dribbelaar die het tot in de Premier League schopt. De dealer en de junk die elkaar niet meer zullen loslaten. De prater die versnelt tot rapper. En die ene die het allemaal kan zijn, maar naar de Koranschool blijft gaan, de 6.636 verzen uit het hoofd leert, imam wordt op z’n 18de.

Weer vertrekt Khalid Benhaddou vandaag vanaf zijn Fonteineplein aan de Brugse Poort in Gent. Hij is nog altijd maar 28. ­Fitness-schouders in een zomers pak. Praat en stapt zonder haperen. Voorbijrijdende auto’s groeten hem, jongens op de fiets houden in, hangouderen staan op van de bank. Khalid komt voorbij, dat passeert niet zomaar.

‘Hier heb ik veel schoenen versleten.’ En ballen. De politie nam ze af en stak ze plat. Khalid was technisch sterk, een verdelende spits, die nog het liefst zelf scoorde. Op zijn vijftiende was er interesse uit Engeland. De studies gingen voor. Hij sloeg de pagina om en is dat blijven doen. Als imam zou hij pas echt uitzonderlijk worden, zijn geloof in Allah en eigen kunnen is groot.

‘Mijn vader bracht me elk weekend naar de Grote Moskee in Brussel. Daar heb ik acht jaar de geschriften bestudeerd. Met stijgende overtuiging. Ik merkte dat je gerespecteerd werd, als je uit het hoofd kon reciteren.’

Eerst om een vader fier te maken, dan nam de eigen trots het over. ‘Op zich is het ook bijzonder, de vaststelling dat je als 12-jarige een boek uit het hoofd kunt leren. Al die verzen, van wisselende lengte. En zonder dat ik een woord klassiek Arabisch kende – nu wel natuurlijk. Het zette me aan het denken: waarom sorteert die Koran zoveel respect?’

Khalid Benhaddou was gevoelig voor de aandacht en snel in het aanleren hoe je die trekt. ‘Ze noemen mij weleens een ijdeltuit. Dat speelde mee natuurlijk, die aandacht. Je bent speciaal, dat doet iets met een mens. Hoe verder ik me erin verdiepte, hoe meer kennis ik kon etaleren, hoe meer respect ik kreeg. Op mijn 18 jaar werd ik imam – de jongste ooit in België. Met mijn 28 ben ik vandaag nog altijd een van de jongste, denk ik.’

Preken is performen

‘Hier mag je maar 50.’ Liever laat dan overhaast. Ook in zijn lezing straks predikt Khalid de matiging. We worden verwacht rond asr, het derde gebed van vijf, in de moskee van Roosendaal. Zeven jaar geleden was hij er voor het eerst, om tussen de ondergaande en de opkomende zon voor te dragen uit de Koran. Het is de bedoeling dat die helemaal uitgelezen wordt in de ramadanmaand. Imams die dat uit het hoofd kunnen en ook nog mooi reciteren, zijn schaars. Worden overal gevraagd. ‘En in Roosendaal hebben ze een goede geluids­installatie, dan kan ik erin opgaan en gaan de mensen er mee in op. Als ik een slechte microfoon heb, wil ik er zelfs niet aan beginnen.’

Preken is ook performen. ‘Als je optreedt, loont het om te weten hoe het publiek naar je kijkt. Ik heb nooit een papier bij me. Ik geef de indruk dat ik niet ben voorbereid. Terwijl ik me voortdurend voorbereid.’ Tot 3-4 uur ’s nachts is hij wakker. Lezen, bezinnen, surfen, duidingsprogramma’s bekijken – hij moet ze allemaal gezien hebben. Passages met Bart De Wever spoelt hij soms vier keer terug. ‘Hoe hij alleen met zijn mimiek iemand kan doen twijfelen. Pas op: ik bewonder zijn techniek, niet zijn ideeën. De Wever is een hegeliaan, hij zoekt de confrontatie op, hij moet clashen om tot iets nieuws te komen. Maar hij weet waar hij naartoe gaat. Hoe hij in korte tijd zo’n electoraat heeft bereikt.’

‘Inhoud is tegenwoordig niet meer belangrijk, maar wel hoe je iets, of ook niets dus, brengt. IS en Trump, één pot nat. Fanatisme naar de vrije markt. Ik wil die tools gebruiken om het weer over de inhoud te hebben.’

Al wil Khalid geen, of toch niet alleen een verborgen verleider zijn. Hij wil zijn charisma ten volle uitspelen, zoals zijn favoriete acteurs dat doen, Denzel Washington, Leonardo DiCaprio, Matt Damon. In de cinema is hij graag alleen met hen. Zonder gezelschap, een en al focus. Niet dat hij snel afgeleid is.

‘Hier moet je 90 aanhouden.’

30 dagen in de woestijn

Bij zijn eerste ramadan in Roosendaal was hij 21. Hij verhuisde voor een maand. In de oude moskee had hij ‘een schrijnend klein kamertje’. Het was heel intens. Veel tijd om na te denken, te lezen, je te verrijken in schaarste. De vasten zoals hij zelden nog beleefd wordt – 30 dagen in de woestijn van West-Brabant. ‘Ik zat uren alleen in mijn kamertje, maar ik wist: het moment dat ik zou verschijnen, had ik de volle aandacht.’

Hij zweefde tussen afzondering en bewondering, tussen isolement en engagement. De parallel met de singer-songwriter die naar de rust verlangt om zijn songs te schrijven, en naar het podium om ze aan zo veel mogelijk mensen te laten horen, bevalt hem. ‘Het publiek beseft niet wat er voorafgaat aan dat podium. De slapeloze nachten, al die boeken voor dat ene element dat past in je verhaal.’

De lokale jongeren waren gefascineerd door hem. Hij kon voetballen, zag er goed uit, sprak hun taal. Tegelijk werd hij gerespecteerd door de ouderen, kende hij de heilige teksten, had hij antwoorden. Elke avond ging hij bij een van hen thuis eten. Daarna trokken ze naar de gebedsruimte om te praten, soms tot het licht werd. ‘Ik was niet alleen een religieuze figuur. Ze konden me over alles aanspreken: sport, privé, trouwen. De groep werd groter. Na het gebed vormden ze een grote kring rond mij.’

Jongeren die al jaren naast elkaar leefden, bracht hij samen. Vandaag zijn het de beste vrienden. Zeker de zes die we zullen ontmoeten, die op zijn aangeven de Jongerencommissie van de moskee van Roosendaal hebben opgericht.

Het jaar nadien vroegen ze hem opnieuw voor de ramadan. De overige elf maanden trok hij op vrijdag de grens over om een preek te houden. Op en af, elke week, anderhalf jaar lang. Hij gaf door wat hij geleerd had: inleiding tot de islamitische filosofie, tot islamitisch recht, vernieuwende inzichten.

Maar ook Gent had hem nodig. Er zou geronseld worden, een meisje zou naar Syrië vertrokken zijn. De jongeren van het pleintje namen hem kwalijk dat hij naar Roosendaal ging in plaats van hen te helpen. Dus bleef hij thuis. Vaker toch.

Djellaba’s & baseballpetten

De parking is vol. Voor de vrouwen zijn er nog een paar plaatsen – aan de moskee parkeren die apart. En voor Khalid wordt plaats gemaakt. Hij trekt zijn gebedskleed en gehaakte kufi-mutsje aan en valt in zijn rol. Hij is iemand met een voorbeeldfunctie – dat zegt hij zelf. ‘Als ik naar buiten kom, moet ik me op een bepaalde manier gedragen. Sociaal wenselijk. Het is niet altijd wie ik ben, hoe ik me op dat moment voel.’

Mens en imam vallen wel voor een heel groot deel samen. ‘Ik ben anders dan de traditionele imam. Ik kleed me modern, hou van voetbal, ga met jongeren op café. Maar ik probeer de grens te bewaken, om mijn geloofwaardigheid als imam niet in het gedrang te brengen. Gezag over de gemeenschap, dat is belangrijk. Niet té veel onder de mensen komen. Hélemaal mezelf zijn, dat kan niet in deze functie.’ In de moskee zal hij geregeld apart zitten, aan de zijkant, tegen de muren die daarvoor met kussens bedekt zijn. Goed voor het aura.

Salam aleikoum! De begroetingen zijn talrijk en hartelijk. Broeders die elkaar terugzien. Hun kleding spiegelt de spreidstand tussen de lage landen en het opper­wezen. Djellaba’s met een trainingsvest over, capuchons en baseballpetten, bedaarde baarden en huisvaders, dandy’s met ivoorkleurig kleed en gehaakte hoofdtooi, kostuumvestje over het gala-gewaad. Radicalisering lijkt hier weinig kans te maken.

‘Uit Roosendaal is bij mijn weten niemand vertrokken’, zegt Abdoulah Achatibi, een van de zes jongeren. Hij is de woordvoerder van de Jongerencommissie en IT-consultant, gespecialiseerd in business data en informatie. Vandaag heten ze een aantal Nederlandse bekeerlingen welkom in de moskeegemeenschap. Zeker die durven al eens harder in de leer te zijn. Zonder toetssteen van een community, geïsoleerd, gaan ze op zoek naar antwoorden op sociale media. Daar is het makkelijker radicaliseren. De boodschap aan hen, ook Khalid verwerkt ze in zijn lezing: niet álles islamiseren. Alleen zinvolle vragen leiden naar zinvolle antwoorden.

Drugse poort

Roosendaal is een draaischijf voor drugs. Hoe wordt daarmee omgegaan? Te weinig, vinden ze zelf. Er zijn nog te veel taboes binnen de moslimgemeenschap. Khalid pikt erop in. ‘Ik wil een imam op het terrein zijn, niet in de toren. Maar ook als imam kan ik geen mirakels verrichten. We moeten gebruikmaken van de structuren die er zijn. Al mogen de afkickprogramma’s meer op maat zijn. Nu vertrekken ze al te vaak vanuit een westers waardenpatroon, zonder rekening te houden met de spirituele kant. Soms komt een behandelde junkie met een moslimachtergrond met een nog grotere crisis uit een centrum. Waarop hij makkelijk weer naar de drugs grijpt.’

Samen met zijn oudste broer Mohamed heeft Khalid een adviesbureau opgericht, specifiek voor moslims met drugsproblemen. Hij heeft genoeg vrienden op het slechte pad zien belanden in de ‘Drugse Poort’. Alles gebeurde voor zijn ogen. Maar voor zichzelf was hij streng. ‘Eén druppel alcohol, één sigaret: als ik die grens overschrijd, heb ik gefaald. Ik kom vaak in sishalounges, informeel samenzijn met vrienden, en heb nog nooit één keer gelurkt aan een waterpijp.’

Hij waakt over zijn grenzen. Alleen daardoor kan hij die brugfiguur zijn, vindt hij. ‘Omdat ik altijd zoek naar evenwichten. Ik wil met iedereen goed staan – dat heb ik van mijn vader. Van alle partijen wil ik de standpunten begrijpen. Wees nu toch ’s duidelijk, verwijten sommigen me. Maar ik kan niet altijd duidelijk zijn. Ik mag geen kant kiezen, want dan verlies ik een stuk draagvlak.’

Zijn matiging uit zich ook in een andere variatie: in de weg van de geleidelijkheid. ‘Alleen zo zal ik erin slagen om die verschillende werelden samen te brengen, oost en west, allochtoon en autochtoon, moslim en niet-moslim.’ En vrouw en man. Hij lacht. Waarom? ‘Ik snap het, in onze gemeenschap is er die opdeling. Wij komen uit een schaamtecultuur, nu leven we in een schuldcultuur. Vroeger bleef de vrouw op de achtergrond, en als ze in beeld kwam, was dat bedekt. Vandaag moeten vrouwen een nieuw evenwicht vinden, en wij met hen. Zodat ze op de voorgrond kunnen treden zonder aan fatsoenlijkheid in te boeten.’

Is dat met of zonder hoofddoek? ‘Dat is een vrije keuze. De islam heeft het over gedeelde verantwoordelijkheid: de man moet zich beheersen, de vrouw moet zich bedekken. In de samenleving hier moet een vrouw zich niet bedekken, maar de man moet zich wel beheersen. Bij moslims ligt de verantwoordelijkheid deels nog bij de vrouw.’ En wat vindt hij? ‘De grootste verantwoordelijkheid ligt bij de man, 80-90 procent. Maar als vrouw moet je je toch wel wat fatsoenlijk gedragen.’ Een hellend vlak, Khalid is er zich van bewust. Aan de afgrond ervan liggen aanranding en verkrachting. ‘Altijd weer het extreemste voorbeeld. Bij een verkrachting treft de vrouw nooit schuld. Dat is glashelder. Intiem contact met een vrouw die dat niet wil, is volgens de islam een van de grootste zondes. Of ze nu bedekt is of naakt rondloopt.’

vrouwen op het balkon

De moskee is intussen volgestroomd. Het gebouw is ruim en nieuw. Zaalbreed tapijt, blauw met donkerdere banden als room dividers, zodat biddende mensen zich in rijen kunnen vooroverbuigen zonder elkaar te hinderen. Een digitaal bord geeft de gebedstijden aan. Ze doen het hier zonder subsidies – de Nederlandse staat doet daar niet aan. De moskee is zelfbedruipend en dus onafhankelijk, gebouwd met giften van de gemeenschap.

Abdessamad Tihani noemt zichzelf de enige moslim-Zeeuw. Volgens de andere jongeren heeft hij het grootste hart van de hele gemeenschap. Hij staat er altijd. En die baard? ‘Die vind ik gewoon mooi.’ Hij leidt ons rond langs de eetzaal waar straks de vasten wordt verbroken met de iftar, een maaltijd van dadels, harira (een dikke soep van kikkererwten, lamsvlees, uien en linzen), vis, brood, sla, spring rolls en chebakia, Marokkaanse honingkoekjes. We passeren kantoortjes en kleine gebedsruimtes. In de televisiekamer zit een stel ouderen voetbal te kijken – ‘hier zit de toekomst’, grijnst Abdessamad.

In het midden van de moskee hangt een enorme luster. Centraal in de muur waar de imam staat, zit een betegelde nis, de mihrab, een natuurlijke versterker. Maar Roosendaal heeft een uitmuntend geluidssysteem met microfoons en ingebouwde boxen. Vanachter een deur met houtsnijwerk kan een trap worden uitgerold met een kansel. De backstage bereik je via een aparte inkom, een soort artiesteningang.

In het balkon dat de breedte van de moskee omspant, zitten camera’s die filmen wat vooraan gebeurt. Achter een balustrade kunnen de vrouwen boven alles volgen op tv-schermen. Je voelt de aandacht verscherpen telkens wanneer Khalid het woord neemt.

Zijn Facebook en Whatsapp zullen straks weer ontploffen. De meest begeerde vrijgezel krijgt vaak huwelijksaanzoeken. Hij toont er een paar op zijn telefoon, het ene al bedekter dan het andere. Het blijft fatsoenlijk. Dagelijks ontvangt Khalid vijftig berichten via Whatsapp, Facebook of sms. Het zijn levensvragen, geloofskwesties, besognes uit het hier en het namaals. Nauwelijks te bolwerken. ‘Ik zou een eigen pers­bureau kunnen gebruiken.’ Of een relatiecoach.

Natuurlijk denkt hij ook zelf na over het huwelijk. Maar in deze fase van zijn leven heeft hij het te druk. ‘Ik zou mijn partner onrecht aandoen, nu ik nog volop bezig ben met mezelf en de gemeenschap te ontwikkelen. Ooit zal ik wel trouwen en kinderen krijgen. Ik ben 28, het zou al moeten gebeurd zijn volgens de norm. Zeker als imam. Ik krijg de vraag vaak, maar ik wil er niet aan toegeven.’

Hij beperkt zich tot zakelijke contacten met vrouwelijke collega’s. Elke vorm van fysiek contact vermijdt hij. ‘Wat je niet hebt, kun je niet missen. Nochtans heb ik de Ars Amatoria gelezen van Ovidius. En het gebeurt dat ik mijn oog laat vallen op iemand, iets voel van verliefdheid. Maar daarop ingaan, betekent trouwen en een relatie uitbouwen. Ik heb de keuze gemaakt om dat nog niet te doen.’

Khalid, de verzoener

Hicham Achatibi is de vicevoorzitter van de Jongerencommissie. Hij draagt een zwarte trainingsvest met felrode Adidas-strepen boven zijn djellaba, en is spraakzamer dan Khalid El Khattari, de bedeesde voorzitter. Hij heeft economie gestudeerd en doet er nu informatica bij – ‘er zit data in die muren’. ‘Ik heb de flyer voor vanavond gemaakt. De ene genodigde is “imam”, de andere “professor”, Si Khalid is Si Khalid. Si, zo spreek je iemand aan die je respecteert, die de Koran uit het hoofd kent, een geletterd man.’

‘Toen hij voor het eerst bij ons kwam, zei hij: dit boek moet je lezen, Een geschiedenis van de wereld door moslimse ogen van Tamim Ansary. Een Amerikaanse uitgever had Ansary gevraagd een nieuw geschiedenisboek te schrijven. Hij kreeg de expliciete opdracht om slechts één hoofdstuk te wijden aan de islam. Veel te weinig, vond Ansary, en hij schreef een 400 pagina tellend boek over hoe de moslims de wereldgeschiedenis ervaren.’

‘Khalid weet exact wat jonge moslims, die hier geboren zijn, aanspreekt. We worstelen met onze identiteit, je kunt het ons ook niet kwalijk nemen. Op school krijgen we alleen de Europese versie van de wereld te horen. De familie thuis, de eerste generaties, kennen dan weer weinig anders dan de geschiedenis van Marokko. Khalid verzoent die twee, hij verzoent ons met onszelf. Hij is blijven komen, wij zijn blijven gaan. Telkens als hij hier komt spreken, zit de zaal afgeladen vol. Ik volg hem ook op Facebook.’

‘We hebben religie met de paplepel binnengekregen – de Waarheid. Maar dan word je 15-16. Waarom doe ik wat ik doe? Waar komen de wolken vandaan? God heeft niet alleen de moslims verheven, hij heeft de mens verheven. Ik beschouw mezelf als student, geïnteresseerd in de hele wereld. Dan ga je je niet beperken tot één bron. Si Khalid kent ook zo veel. Ongelooflijk dat hij maar 28 is, als ik hem die hoogleraars de les zie lezen.’

‘Elk jaar hebben we gastimams. Nu zijn het er twee uit Marokko. De ene is een geleerde, de andere reciteert uit de Koran – Khalid is allebei. Toen hij hier zes jaar geleden aankwam, wisten we meteen: hij is bijzonder. En dan zette hij dat brein voor ons open. Hij gaf concrete antwoorden. Onvergetelijke momenten hebben we beleefd in zijn kamertje. Daar is ook de Jongerencommissie ontstaan. Dat was zijn idee.’

Breakdancen

De quiz vannacht is een idee van de Jongerencommissie. Maar om de traditie niet te veel te tarten, heeft de hoofdimam, Charif Slimani, de vragen opgesteld. Doe gerust mee, zeggen ze. Alleen mag Khalid je niet helpen. Want hij weet alles. Dat lijkt veel.

We zijn intussen aan elkaar gewend geraakt hier, tussen de gebeden door stappen mensen spontaan op ons af.

‘Ik ben familie van het selfiemeisje bij Filip Dewinter.’

‘Ik heb een carwash met zeven man personeel.’

‘Ik doe aan waterzuivering in Mechelen.’

Mohamed Amezian is voorzitter van het moskeebestuur. Hij werkt bij de Wereld­omroep – ‘zolang die nog bestaat’. ‘Onze Khalid is hier. Het is zijn show vandaag. Zo’n knappe gast. Heeft hij al een vrouw? Khalid komt niet uit de geschiedenis, hij wórdt geschiedenis. Granada, Cordoba, waar moslims, Joden, christenen samenleefden, die bloeiperiode van cultuur en wetenschap, daar moeten we terug naartoe. Naar een Europese islam. Zoals Tariq Ramadan het tien jaar geleden al propageerde. Maar omdat hij de kleinzoon is van de oprichter van de Moslimbroederschap, werd hij niet ernstig genomen. Nochtans had hij erger kunnen voorkomen. Nu kijk ik naar Khalid als de verzoener. Hij heeft de toekomst.’

De 14-jarige Ismael Oulad Ali Ou Ahmed draagt zijn baseballpet met de klep naar achteren gekeerd – ‘anders denken ze nog dat ik niet meedoe met het gebed als iedereen knielt met het hoofd naar de grond’. Ismael belichaamt de geloofsbeleving waarover Khalid het had in zijn lezing. Religie mag je niet ervaren als last. Dat zijn zussen en vriendinnen boven zitten, gescheiden van de mannen? Hij wijst naar een man die net voor ons buigt. ‘Stel je voor dat het een vrouw is en jij daarachter staat.’ En de iftar met al die mannen samen is al chaotisch genoeg. ‘Ja, het zijn de vrouwen die voor ons gekookt hebben. We hebben hen moeten smeken, want de gezamenlijke iftar in de moskee vandaag was een lastminutebeslissing.’ Gezamenlijk? ‘Je weet wat ik bedoel.’

Verderop zit Khalid op zijn telefoon te kijken. Weer een huwelijksaanzoek? Hij lacht. ‘Ik ben een urban imam en dus ook gsm-verslaafd. Nu alleen nog leren breakdancen.’

Op de limiet

Het is halfvier, een uur waarop de nacht ochtend wordt. Gent roept, al is Khalid vervuld van Roosendaal. ‘Ik zie die gasten niet zo vaak, maar we zijn met elkaar verbonden. Ze voelden zich vereerd dat ik hen had aangeduid voor dit bezoek. Ook de oudere mensen zeiden het: bedankt om aan ons te denken.’

Op de terugweg in de auto valt Khalid niet stil. ‘Via islamonderwijs en duidelijke mediacommunicatie wil ik ratio en religie verzoenen. Daar zit ook een politieke dimensie aan, in heel brede zin. Los van de partijpolitiek zie ik me in een adviserende rol, achter de schermen, maar ik wil wel wegen op de besluitvorming.’

Khalid wordt gevraagd door kabinetten om te werken rond radicalisering. Hij zit in de stuurgroep die tot een Vlaamse imam­opleiding moet leiden. Zetelt in de raad van bestuur van het Vlaams Vredesinstituut – ‘gecoöpteerd!’ Mieke Van Hecke is de voorzitter. ‘Het contact met haar verloopt prima. Ze is rechtuit en heeft een visie.’ Hij is ook coördinator van het Onderwijsnetwerk Islamexperten Tegendiscours. En in het najaar verschijnt hij op een postzegel. Tussen Johan Bonny, de bisschop van Antwerpen, en Albert Guigui, de opperrabbijn van Brussel. ‘De Post wou iets doen rond diversiteit en schakelde fotografe Lieve Blancquaert in. Eerst wou ze mij en de rabbijn portretteren, maar ik vond dat te beperkt. Het zou gereduceerd worden tot het Palestina-Israëlconflict. Dus stelde ik voor om er een katholieke priester bij te nemen. Bonny leek me de geknipte man. Straks ben ik een zelfklever, een oecumenische zelfklever.’

Ze hebben er de buitenlandse kranten mee gehaald, tot in Marokko. ‘Er staan twee Marokkanen op de foto, Guigui is ook van daar. De koning heeft me uitgenodigd, helaas is de afspraak uitgesteld.’ Vreest hij niet dat de politiek hem zal proberen te recupereren? ‘Voorlopig is het makkelijk af te houden. Dit is een cruciale fase waarin ik nog wil experimenteren, het is te vroeg om kleur te bekennen.’

Tenzij. ‘Als ze me vragen als staatssecretaris voor Preventie en Radicalisering, dan spring ik.’ Hij zegt het met een knipoog – het is geen sollicitatie. Al is hij wel overtuigd van het nut ervan. ‘Nu zijn de initiatieven te versnipperd. Dat zou gestroomlijnd moeten worden. Ze zouden er beter niet te lang mee wachten.’

Ook de televisie trekt voortdurend aan zijn mouw, Pauw, De wereld draait door. ‘Ik ga er niet op in, de afstand is te groot. Toen ik jong was…’ Hij meent het. ‘…heb ik veel gereisd, veel gezien, veel geabsorbeerd. Nu wil ik op één plaats blijven en iets uitbouwen. Via de media kan ik evengoed mijn boodschap verspreiden. Roosendaal volgt mij al via Facebook.’

Begin oktober verschijnt zijn eerste boek: Is dit nu islam?. Over de ontwikkeling van de islam. Over de politieke islam in het Midden-Oosten en de invloed ervan op moslims in Vlaanderen. Hoe dat geleid heeft tot extremisme, wat we kunnen bieden als tegengewicht en hoe dat te organiseren.

‘Ik zit op mijn limiet, ben de uitputting nabij. Het is altijd puzzelen om iedereen tevreden te houden. Ik kan moeilijk nee zeggen, waardoor ik mezelf vastrijd. Maar niks doen is pas een opgave. Zelfs minderen is lastig.’

‘Pas op, hier mag je maar 50.’

Volgende week vertrekt hij naar Kreta met een vriend. Daarna gaat het naar Zuid-Spanje – Cordoba en Granada, waar de eerste Europese moslims samenleefden.

Hij stapt uit aan het plein vanwaar hij weer zal vertrekken. De imam met de carrure van een bokser, die nooit op de vuist gaat. Ook niet als ze uithalen naar hem. Hij maakt het af met een schijnbeweging. ‘Ik word zo groot dat mijn tegenstanders me niet meer kunnen raken.’ Hij lacht.

Weer een nacht groter. En nog altijd maar 28.

X